De verleiding

Hij streelde haast ongemerkt met zijn vingers langs het dashbord. Het was zo glad, zo glanzend. De geur van de auto was ook bedwelmend nieuw. Soms werd hij er zelfs een beetje licht van in zijn hoofd.
Hij streamde een stevig nummer en gaf een flinke dot gas op de oprit van de snelweg.
Het geluid klonk perfect bij de dreunende bas van Psycho.
In zijn ooghoeken ving hij een flard op van iets roods. Een klein autootje probeerde driftig rechts naast hem te komen rijden.
Achter het stuur een wat serieus kijkende vrouw met korte blonde krullen en een lichtblauwe blouse. Een mooie vrouw. Een mooie elegante bril detoneerde wat met haar verder blozende trekken.
Hij hield even in. Ze gebaarde iets naar hem. Ze wees naar iets langs de weg verderop. Hij maakte een vragend handgebaar terug en glimlachte.
Ze reden te hard om echt te communiceren.
Achter hem begin een dikke mercedes te bumperkleven. Hij hield nog even in omdat hij dus echt niet aan de kant ging voor zo’n patser. daarna schoot hij achter het rode autootje en de Mercedes reed hem luid toeterend voorbij.
Nu reed hij achter haar. Ze keek hem vragend aan in de spiegel.
Opeens kreeg hij het warm. Zijn bloeddruk steeg. Zou het zijn wat hij zo vaak droomde? De wildvreemde vrouw die hem zomaar ergens oppikte, Hem verleidde op een parkeerplaats en hem streng commandeerde haar te nemen en te bevredigen. Dit hadden zijn collega’s bedacht natuurlijk. Hij had dit laatste na veel te veel borrels verteld bij een dom spelletje doen, durven of de waarheid. Zijn grote fantasie.
Hij schikte snel zijn overhemd en bedacht wat voor slip hij aanhad. Gelukkig niet die met snoopey. Een degelijke grijze maar het ging.
Ook voelde hij al langzaam wat gebeuren daar in die slip.
Hij probeerde haar blik te vangen en zwaaide geruststellend naar haar. Intussen zocht hij zijn telefoon om even zijn maat te appen dat het echt niet kon wat ze hem nu flikten. Met een knipoog erbij dan wel…
Ze remde plotseling en hij ramde bijna haar achterbumper. Ze knipperde en hij zag dat afslag voor de parkeerplaats hier begon. Zijn hart deed raar. Hij kon dit niet doen. Hij mocht dit niet.
Hij volgde automatisch. Als dit was wat hij dacht zou het ook stom zijn om het niet te doen. Wat zouden zijn maten zeggen. En die vrouw. Ze was zo … mmmm. Aantrekkelijk.
Ze stopte op een stil stuk en stapte uit. Ze had een korte rok aan en hakken. Ze liet haar been even buiten de auto en reikte naar iets in de auto.
Mijn god wat was ze lekker. Toen kwam ze naar hem toe gelopen. Zelfverzekerd en elegant. Hij gebaarde naar de stoel naast hem en deed het bijrijdersportier open. Ze fronste even en liep erheen.
Ze bukte en boog zich naar hem toe. Een fraai inkijkje in haar decolleté verhoogde zijn geilheid die nu niet meer te onderdrukken was.
Uhmmmm, zei ze met een zware lage stem…. ik heb iets …
Ze grabbelde in haar tas en trok er een zwarte portemonnee uit. Een mannenportemonnee. Zijn portemonnee.
Die liet je liggen bij het tankstation. Ik stond achter je maar je was zo snel vertrokken, ik dacht dat je die wel terug wilde.
Hij voelde zijn wangen kleuren vanuit zijn hals. Bedankt….. wat aardig dat je zoveel moeite deed.
Hoe kan ik je bedanken?
Ze glimlachte en zei: Dat mag de bedanker bedenken.
Hij dacht snel na en zei:
Koffie dan maar? Daar bij het tankstation is het redelijk te drinken.
Hij zuchtte zacht.

Advertenties

Een verhaaltje over niets

Zittend  bij een riviertje in een ruige bergkloof overdenk ik het leven. De zon maakt vlekkerige schaduwen om me heen. Libelles vliegen in de buurt. Ik waad door het koude bergwater naar een mooie bloemenstruik om er één van dichtbij te bekijken. Opeens zitten er 4 gouden Libelles tussen de ook al schitterende blauwe. Een atalantavlinder landt ertussen. Het is bijna niet echt, zo mooi.

Midden in het riviertje is een grote diepe plek waar de zon op schijnt. Opeens weet ik zeker dat ik daar wil zijn. Ik trek kleren uit en laat me verder in het ijskoude water zakken. Het tintelt en even denk ik dat mijn hart stopt. Ik hap naar adem. Maar het went snel. De kou wordt verdreven door mijn eigen warmte en lijkt meer op een koele stroom.

Ik zie nu ook de visjes. Onder me, heel dicht bij. Ze knabbelen niet aan mijn voeten maar schichten er omheen. Ze raken me nooit.

Ik zwem naar de plek. Er ligt onder water een grote steen waar ik op kan zitten. De zon schijnt op mijn hoofd. Ik zit en beleef. Ik luister. Geen vogels. Of toch? Zowaar. Er begint er een te zingen.

Het is koud en warm tegelijk. En erg dicht bij hoe een paradijs zou moeten zijn.

Dan komen er wat kinderen aan en ze vallen gierend in het water en spetteren alles weg. Ze hebben ook plezier. Zo verdelen we het geluk. Ik zoek een plekje in de zon op de oever.

Paris

Hij liep langs de Seine. Zijn Jas doorweekt. Niets kon hem boeien. Stad van de liefde. Het zou wat.
Zo’n stomme werktrip van 2 dagen.
Liever zat hij thuis op de bank naar de interland Djenpeprp tegen peprptotofts te kijken. Biertje erbij, misschien wat twitteren. Gezellig met zijn vrouw.
Onder de brug werd hij aan zijn mouw getrokken, een naar alcohol ruikende viezige man sprak hem aan.
Parlez vous Français? Vroeg de man. Een petit peux, antwoordde hij. Je suis Neerlandais.
Ah, zei de man, praat Nederlands met me! noem me maar Kenny.
Kom, ik laat je alles zien.
Hij wilde zich losrukken en doorlopen, weg bij deze man.
Kenny zei: je lijkt me ontevreden. Ik weet wat voor je.
Samen slenterden ze verder, gingen een trap op en liepen door duistere straatjes.
Opeens duwde Kenny hem naar binnen in een gang. Er hing een rood fluwelen gordijn. En er waren een soort cabines.
Voor hij het wist zat hij in een stoel voor een ruitje waarachter een mevrouw iets niet heel nets met een banaan aan het doen was.
Hij wilde opstaan en weggaan. Hij zag Kenny niet meer. Hij wilde hier niet zijn.
Op dat moment verdween de bananendame en kwam een donkere vrouw binnen. Met scherpe trekken in het gezicht. Oh nee, ook nog een travestiet ….. Toch bleven zijn ogen gericht op de vrouwman.
Ze kleedde zich langzaam uit. Mooie borsten met donkere tepels. Mmm, dat leek toch wel echt. Ze leek hem aan te kijken. Heel doordringend. Toen stond ze stil. En ging het licht uit. Alleen 1 lichtstraal gleed langs haar naakte lijf. Er klonk muziek.
Frank Sinatra. A very good year, http://open.spotify.com/track/06RZFcREjtfjwbrEcYjciA
De muziek paste niet bij het beeld. Maar deed hem duizelen.
De schoonheid van de vrouw, het alleen met zichzelf zijn op een plek die hij niet kende, de onrust die hij voelde.
Hij keek ademloos naar de vrouw die rondjes draaide. Heel zachtjes. Maar hij voelde niet de lust die hierbij hoorde. Hij voelde een soort rust. Alsof al die rare dingen voor een soort kortsluiting hadden gezorgd.
Toen het lied klaar was en alles donker werd glipte hij naar buiten en liep door onbekende straten. In een klein leeg café kreeg hij een glas zware rode Bardolino wijn van de vriendelijke barman die hij niet eens hoefde te betalen. Buiten zag hij de Seine weer. Hij daalde de trap af en liep verder waar hij was. Naar zijn saaie zakenhotel. Voor de deur ontdekte hij dat hij alles kwijt was. Zijn toegangspasje, zijn geld, zijn paspoort. In het hotel wilde men hem niet helpen.

Met een een soort lichte hem onbekende pas liep terug naar de brug en ging eronder liggen op een oude doos. Trok zijn jas om zich heen.
Het was hoe het was.
Morgen zou alles geregeld zijn. En hetzelfde.
Nu was het even anders.
Paris.

Bergen verzet.

Het was een jonge berg. Met grijze puntige kale rotsen die zomaar uit groene bloemenweiden leken te springen.
Ze vond dat raar. Jong gebergte. Hoe relatief is dat. Zelf was ze niet zo piepjong meer. Maar ook geen Himalaya.
Haar doel was eenvoudig. Naar boven. In een dag en weer terug.
Ze had weken getraind op het hoogste duin, vlakbij huis. Op het laatst kon ze zonder draaierig te worden 26 x naar boven.
Ze ging samen met haar vriendin van vroeger . De vrouw was 15 kilo lichter en had het lichaam van een Russische turnster zonder eetstoornis.
Vandaag is de dag.
Het weer speelt mooi weer. De voorspellingen geven een dreigend onweer aan maar de lucht is strakblauw.
Het besluit is snel genomen. Gáán.
De groene weitjes en de zuurstof laten haar stralen. En de hoogte geeft haar een triomfantelijk gevoel. Ze kan alles aan.
De vriendin loopt stevig door. Huppelt bijna. Ze probeer haar eigen adem niet te snel te laten gaan.
Hoe hoger ze komen hoe zwaarder het wordt.
De gesprekken verstommen. De drinkpauzes worden langer.
Boven hen trekken donkere wolken voorbij.
Te donker.
Ze lopen door. Teruggaan lijkt geen optie.
Hou je van je man? Vraagt de vriendin ineens.
Ze antwoordt te snel. Ja natuurlijk.
De vriendin zegt iets en loopt door. Ze verstaat het niet goed. Irritant.
Ze probeert de vriendin in te halen. Die roept iets. “Hij valt op slanke vrouwen.” Dat verstaat ze. Wat bedoelt ze?
Ze struikelt verder. God wat loopt dat mens snel. De lucht wordt pikzwart. “Hij is lekker” zegt de vriendin.
En rent bijna door.
Ze hijgt nu verschrikkelijk maar rent achter haar aan, in haar gedachten bedenkt ze wanneer hij weg was en wat hij zei.
Ze ziet niks meer alleen de gespierde magere kont van de vriendin voor haar. De trut.
Opeens ziet ze de vlag. Met de vriendin er uitdagend naast.
Ze sleept zich erheen. Ze pakt de vriendin bij de arm.
Die pakt een mini flesje champagne uit haar rugzak.
En zoent haar op de wang.
Pfoe. Ik dacht dat je het nooit ging redden dame, zegt ze lachend.
Sorry van net. Kijk om je heen. We did it.
Ze kijkt en voelt opeens de triomf. En ziet de schoonheid. De donkere lucht, de bliksem.
De bliksem.